Ik ben opgegroeid met het idee dat het leven een film was. Liefst van al een romantische waarin alles goed komt. In alle series, boeken, films zelfs in strips komt alles goed. Ze leven altijd nog lang en gelukkig. En als dit niet zo is, vind ik het een slecht verhaal.

Mijn prins op het witte paard kwam ik pas na een paar boerenpummels tegen. Hij was lief, rustig en zorgzaam. Zowat de ideale man. Of dat dacht ik. Tot ik ontdekte dat mijn prins ook wel vuile sokken heeft, zijn teennagels moet knippen en niet altijd doet wat ik verlang. Ik ontdekte dit op een met-mijn-hoofd-tegen-de-lamp lopen manier en onelegant. Ik had vaak zin om er de brui aan te geven. Mijn prins had geen koninklijke allures en ik baadde niet in prinsessen gewaden. Helaas.

Er werd ook geen liefdes serenade voor mij afgespeeld. Ooit kreeg ik wel een mixt-tape. Met liedjes die vooral hij graag hoorde. Maar ik leerde ze graag horen. Liedjes die zingen over het mooiste meisje van de wereld. Liedjes over hoe moeilijk het was met én zonder het meisje te leven. Liedjes en verhalen – zoet als warme melk met honing. Over woorden die overbodig waren. Over een man die zijn vrouw nooit zou verlaten – tot huilens toe. Over een vrouw die een andere vrouw smeekte haar man niet af te snoepen. Over liefde, liefde, liefde en over lang en gelukkig leven.

Meestal heb ik wél woorden nodig anders word ik niet begrepen. Woorden van onmacht, verdriet en soms van pijn. Daarna volgt een huilbui eveneens van onmacht, verdriet en pijn. Ik heb vaak zoveel te vertellen en in mijn hoofd staan volledige conversaties in hun startblokken. Maar die nemen niet de route die ik uitgestippeld heb. Er zijn euvels die moeten overwonnen worden, hindernissen die je overal pijn doen en hordes te hoog om erover te springen. Dus je moet stoppen. Opnieuw. Beginnen. Op die momenten denk ik dat het allemaal niet meer goed komt. Dat praten lastiger is dan zwijgen en net daarna is het omgekeerd. Ik ben er nog niet uit hoe het einde van dit verhaal zal zijn.