Een groot deel van mijn tijd speelt zich af ‘op de baan’. Dan heb je tijd om te denken. Muziek op de achtergrond, blik op oneindig.

“Mocht het hier en nu gedaan zijn” bedacht ik gisteren en het was geen slechte gedachte. Ik heb een rijkelijk leven gehad. Niet zonder slag of stoot kwam ik tot waar ik nu was. Soms ging het tot vechtens toe – innerlijk vechten en meestal met mezelf. De zus moest er ook soms aan geloven.

Als kind speelde ik buiten zonder mij één seconde te vervelen. We bouwden kampen want we hadden nog natuur. We waren allemaal hangjongeren. Niemand vond dit erg. We richtten clubjes op mét lidmaatschap; we belden stiekem de ‘100’ om te kijken wat er zou gebeuren. De ‘100’ kwam en waren daar helemaal niet tevreden mee. Maar dat verhaal wordt nog altijd verteld – met enige misplaatste trots.

Mijn ouders vochten ook – een ander soort gevecht, waar je -als kind- pas veel later achterkomt. Eerst een gevecht met de vraag of het niet beter was bij elkaar te blijven (dat was het niet). Daarna een gevecht om alleen te kunnen overleven. Ik liep vaak rond in kleren die niet mijn keuze waren en die jaren later nog te dragen waren. Leuk is anders. Maar ook dit maakte me tot wie ik nu ben.

In de tijd dat ik als tiener erg worstelde met mezelf hield ik me vooral afzijdig en gedroeg me als modelpuber. Maar het enige wat ik eigenlijk wilde, was het uitschreeuwen om daarna in mijn hol te kruipen. Roepen, tieren, slaan en schoppen en even later gewoon getroost worden. Even vaak had ik het gevoel dat de hele wereld tegen mij was. Zelden werd ik getroost.

Toen kwam de echtgenoot in mijn leven. Ik was er van overtuigd dat ik zijn liefde niet verdiende en dat denk ik nog steeds. Hij laat me roepen, tieren en laat me met rust als ik in mijn hol gekropen ben. Daarna staat hij nog altijd klaar om mij te troosten. Hij gaf me stabiliteit in periodes waar stabiliteit het enige was wat ik nodig had. Vooral hij heeft het grootste aandeel in wie ik nu ben. Samen met hem kan ik de wereld aan. Een deel van die wereld is van mij: ik bezit een stuk grond, inclusief huis. Ik ben mama van de twee braafste kinderen ter wereld en heb een job die ik gemak kan uitvoeren tot ik met één been in het rusthuis sta. Daarnaast heb ik vriendinnen die meer voor me te betekenen dan mijn huis; ik zag al 0,7% van de wereld en moet zelden vechten om rond te komen. En daarom vind ik het helemaal niet erg mocht het hier en nu gedaan zijn.