Toen de echtgenoot en ik nog kinderloos waren, was de echtgenoot een man die hard werkte, klusjes opknapte en sterker in ’t leven stond dan ik. De kinderen kwamen en de echtgenoot veranderde in een hulpeloos wezen dat de inhoud van ons huis bekeek alsof ik dagelijks alles van plaats wisselde. Want hoe hij de ene dag de schaar niet vond, vond hij de andere dag de fietspomp niet. De week erop vond hij dezelfde schaar opnieuw niet en de fietspomp had pootjes gekregen.

Van ‘schat, welke kousen moeten de kinderen aandoen?’ tot ‘schat, wat eten we vanavond?’. Van ‘schat, hoe komt het dat ik geen onderbroeken vind?’ tot ‘schat, wanneer hadden we die afspraak gepland?’. Een kalender lag binnen handbereik, de onderbroeken in de was en de kousen zijn in neutrale kleuren.

Erg frustrerend moet dit voor hem geweest zijn. Beginnende dementie heb ik zelfs een paar keer gegooled, ik zweer het je. In die tijd durfde ik zelden mijn huis uit. Beetje bang dat de kinderen langzaam zouden sterven. Want hoe kan iemand met beginnende dementie voor zijn kinderen zorgen? Welke onderbroeken zouden ze dragen en hoe zou dit passen bij de kousen? Wat met kleuren combinaties in hun outfit? Wat met afspraken die moesten gemaakt worden en vooral nagekomen? Wat met boekentassen die gevuld dienden worden met dagelijkse lunchpakketten? Als ik hen nu in de steek zou laten, was ik medeplichtig.

De zoon en dochter werden groter en vonden zelf hun kousen, onderbroeken en lunch. Ik kreeg een weekje vakantie aangeboden op een plaatje. Even heb ik getwijfeld, maar toen nam ik de aanbieding met veel enthousiasme aan. Ik liet de poetsvrouw die week 2 keer aan huis komen, zorgde voor allerhande verswaren in de koelkast en liet de dochter het zorgzame voor haar nemen. De zoon was erg tevreden met een weekje mama-loos omdat hij er van overtuigd was dat de papa hem zou vergeten op tijd in bed te steken en het ‘scherm’ tijd te beperken. In de week dat ik weg van huis was, raakten de kinderen probleemloos op tijd op school, er werd geen brand gesticht, één afspraak werd vergeten, maar moeiteloos herplaatst, er werd veel uit blik en bokalen gegeten, maar de kinderen waren even gezond als de week ervoor. En de echtgenoot? Die leek het probleemloos allemaal afgehandeld te hebben. En ik? Ik keek en zag dat het goed was.