De zoon doet binnen enkele weken zijn vormsel aka zijn plechtige communie. Zijn juf had ons en hem nog zo op het hart gedrukt dat we dit moesten doen uit overtuiging – niet voor het feest alleen. De zoon is gedoopt, deed zijn eerste communie en hij komt voort uit zijn papa en mama die beiden ‘voor de kerk’ getrouwd zijn. Of we het toen deden uit overtuiging? Neen. Of we het nu doen uit overtuiging? Neen.

Dan blijft de optie enkel: we doen het voor het feest. Maar dat is ook niet helemaal waar. Toen de echtgenoot en ikzelf trouwden in kerk, deed ik het nog even uit overtuiging, maar lang hield mijn overtuiging niet staand. De pastoor bleek een lief te hebben inclusief eigen baby. Zelf heb ik daar geen probleem mee, maar wel met het idee dat je daarom geen priester mag zijn. Evenzeer kan ik me niet vinden dat vrouwen geen priester mogen zijn, maar alleen maar tijdens de collecte de schaal mogen doorgeven. Dat ze tijdens de mis de zijkant mogen bekijken en dat ze enkel goed zijn als ‘zusters’ in Congo. Dat ze van het uitstervend ras zijn, moet niemand verbazen. Al dat oestrogeen samen kan geen goede combinatie zijn.

Dat een vormsel enkel voor het feest is, is evenzeer de waarheid als een leugen. We houden van feestjes en we houden van elkaar. En is dat laatste niet de boodschap dat eender welke god voor ogen heeft? De pastoor die de vormsel mis leidt, spreekt met moeite Nederlands en leest de teksten af zoals ze getypt zijn inclusief typefouten en hij heeft het zelfs niet door. Kan je het dan je kind kwalijk nemen dat zijn vormsel geen verlangen bij hem oproept? Hoeveel de catechist juffen ook hun best doen om het wat leuk, modern en aangenaam te maken, blijven ze volgens mij ook steken op het rigide ietwat saaie toontje dat een kerkviering met zich meebrengt. Waar blijft het enthousiasme dat Raymond van het Groenewoud bezingt in ‘liefde voor muziek‘. De teruggekomen zusters van Congo hadden beter een beetje schwung meegebracht. Maar dat deden ze niet. Ze konden of mochten niet.

Om uiteenlopende redenen tel ik de weken af naar zijn vormsel en de zoon ook. Dit vormsel is dan ook de laatste die me te wachten staat en ik weet niet of ik het nog opnieuw zou doen. Als ik daarvoor in de hel terecht kom, ben ik zeker dat ik een paar priesters zal tegenkomen die meer op hun kerfstok hebben dan ikzelf.