Mensen die me alleen maar recent kennen, geloven niet dat ik vroeger een verlegen meisje was. Ik durfde zelden voor mijn mening uitkomen en heb ettelijke schoppen nodig gehad om assertief te leren zijn. De schoppen hebben hun effect gehad en ik geloof dat ik nu ben wie ik wil zijn. Denk ik.

Want na 37 jaar mag je er wellicht van uit gaan dat je weet wat je wilt? Dat je weet waar je naartoe wilt? Ik weet het nog altijd niet en verander ook regelmatig van gedacht. Niet doel bewust of om met mensen mee te praten. Maar gewoon omdat die mensen op dat bepaald moment best wel een goede rede voeren waardoor ik hun mening deel. Even later deelt iemand anders zijn mening en vind ik het opnieuw wel OK. Ik vind het allemaal best. Dat maakt mij toch wel gemakkelijk om mee te leven? Ik denk net van niet. Want op dag 1 vind ik biefstuk/friet wel lekker en op dag 2 wil ik een gezondere menu. Probeer maar es te volgen.

Ik heb wel mijn principes waar ik niet van af wil wijken: mijn kinderen komen op plaats één. Altijd en overal. Ik ga voor hen door het vuur. Tenzij het veel te warm is en er een brandweerman in de buurt is. Daarnaast vind ik het milieu erg belangrijk: ik sorteer zorgvuldig en ga heel spaarzaam om met drinkwater en energie. Daartegenover staat dat ik nog maar 11% van de wereld heb gezien en dat percentage wil verhogen maar da’s niet onbelastend voor ’t milieu.

Ik krijg de krul van mensen die ‘vluchtelingen of vreemden’ over één kam scheren, maar ben wel pro-integratie. Ik ga geen discussies aan met mensen die hier anders over denken. Want zo’n discussies win ik nooit en ik word er een beetje triestig van.

Ik vind spaarzaam zijn belangrijk en wil mezelf overtuigen dat ik niet materialistisch ben, maar ik ben het stiekem wel. Ik wil graag de laatste snufjes en vind technologie en ‘mee zijn’ erg belangrijk. Wellicht beetje bang om oud te worden. Zo heb ik Snapchat (met wel zo’n 150 vlammetjes – écht) maar zijn nut heeft het nog altijd niet bewezen. Wellicht komt er later een knappe brandweer man om de vlammetjes te doven. Dan zal ik het snappen.

Langs de andere kant wil ik mijn kinderen overtuigen dat materialistisch zijn geen mooie eigenschap is. Wil ik hen ook geloven als ze – mét puppy ogen- zeggen dat ze niet genoeg zakgeld krijgen. Je wilt ze leren sparen en nadenken voor ze iets kopen. Maar van impuls inkopen hebben ze aan mij een goede klant.

Op ’t werk wordt een voorstel besproken die ik best wel OK vind. Collega één vindt het maar niets en ik kan haar mening wel volgen. De lay-out was inderdaad wat aan de chaotische kant. Dan zegt collega twee dat ze de uitvoering maar niets vond en daar heeft ze ook wel een punt. Het kon beter.

Het heeft niets te maken met hypocrietie of mondjes-praten. Ik ben het gewoon vaak eens met anderen en kan gemakkelijk iemand zijn redenering volgen. Dat maakt echter ook dat ik me vaak op de achtergrond hou als er een discussie gaande is omdat ik nog bezig ben met mijn mening te vormen. Of soms heb ik ook helemaal geen mening. Niets mis mee, toch? Denk ik.