Toen de echtgenoot en ikzelf nog maar net samen waren, waren onze weekends gevuld met uitgaan op vrijdag én zaterdag en de daarop volgende dagen slapen tot de middag. Dat was nog eens een leven. We hadden dan ook niet veel anders te doen. Kindloos, net in ’t werk en dus studieloos. Zeeën van tijd.

Onze werkweek sluiten we vaak af in de cinema – toen die nog betaalbaar was. Aan onze film ging een maaltijd vooraf in het restaurant gelegen onder de cinema. We praatten honderduit over van alles en nog wat. Ik vond alles wat ’t lief zei machtig – hopend dat hij ’t zelfde over mij dacht. We maakten ons geen zorgen – enkel over naar welke fuif we de dag erop zouden gaan.

Meer en meer verging onze vrijdagavond uitstap van maaltijd + cinema naar maaltijd en dan naar huis. Want we waren moe. We hadden die week ervoor hard gewerkt en verlangden gewoon naar huis. Hetzelfde stramien onderging onze zaterdag. Van fuiven afschuimen en zondagen uitslapen en bekomen van katers, werd na verloop van tijd al eens een zaterdag fuifloos doorgebracht. De echtgenoot – die 10 jaar ouder/wijzer is dan mezelf – vond het steeds zonde dat we es een vrijdag of zaterdag niet uitgingen. Hij was bang veel actie en avontuur te missen. Hoewel de actie op zaterdag meestal beperkt was tot zatte vrienden die dachten dat ze konden dansen. We stonken ook altijd heel erg hard na een avondje uit want toen mocht er nog overal en altijd gerookt worden.

Meer en meer ruilden we een zatte zaterdag in voor een avondje TV. We praatten niet meer honderduit maar lagen wel in elkaars armen. We sliepen wel nog tot ’s middags en deden wat ongetrouwde koppels doen.

Toen kwamen de zoon en de dochter en uitgaan maakte plaats voor even korte nachten en soms hadden we nog eens nood aan uitgaan. De echtgenoot en ik alleen. Dan praatten we terug honderduit, maar ik vind niet alles meer zalig wat de echtgenoot vertelt. Ik vind dat niet erg. Dat is het leven. Dan zijn we blij dat we vlug weer naar huis kunnen. Kruipen onze een fleece, kijken TV en zeggen voor de rest van de avond niets meer. Maar ik weet wat hij denkt en hij weet wat ik denk. En dat, lieve mensen, zijn de zaligste avonden.