Je hebt kleine kinderen en je hebt kleine kinderen. Ik was en ben van het goede soort, niet van het soort dat in reclame staat voor het gebruik van condooms.

Arrogantie-alert: ik was van het soort dat beleefd en graag gezien was en altijd “ja, mevrouw” en “nee, mevrouw” zei. Mijn moeder kreeg altijd complimenten over haar manier van opvoeden. Volledig onterecht natuurlijk, want die complimenten behoorden mij toe. Wat ben je met een goede opvoeding als je een draak van een kind bent?

Een draak was ik niet. Opstandig ben ik nooit geweest. Er was geen plaats meer voor opstandigheid in ons gezin. Dat deel werd al ingenomen door andere gezinsleden. Dus restte mij alleen maar beleefd en soms onzichtbaar zijn. Dat maakte mij een volgzaam, rustig en schuchter kind. Een kind dat soms es wilde roepen en heel de wereld onrechtvaardig vond. Maar tegelijk dacht dat moeder zijn het leukste ter wereld was (nvdr: dat is het ook).

Ik was door het dolle heen als we es naar Bellewaerde gingen, want dat deden we zo eens in om de 5 jaar. Ik vond het zalig. Ik huppelde van ’t één naar ’t ander. Ik vond alles zalig: de olifanten, de lieveheersbeestjes en het treintje. Zelfs het aanschuiven vond ik een spektakel. Want ik was in Bellewaerde hé. B-E-L-L-E-W-A-E-R-D-E. Naast Bellewaerde gingen we ook wel es op reis met ’t gezin. Kamperen: mogelijks nog zaliger dan Bellewaerde. Uren zat ik aan ’t water of op de schommel. Ik overdrijf dus niet: uren zat ik op een schommel. Toen schommelen geen geheimen meer voor mij had, ging ik leidster wezen op ’t speelplein of in de Chiro. Spelletjes voorbereiden, kindjes knuffelen en troosten. Nog altijd huppelend.

En net dat vind ik nog altijd zalig: spelletjes voorbereiden, kindjes om mij heen en alleen maar onnozel doen. Lachen en wenen van ’t lachen. Want dan komt het kleine kind terug naar boven: ik word enthousiast, wil van alles doen en ben veel te impulsief. Want uiteindelijk is alles toch een goed idee, niet?

Ik hoop dat de echtgenoot het leuk vindt, zo’n klein kind in huis. Zo één dat huppelend naar Bellewaerde gaat en altijd enthousiast is. Zo één dat alles een goed idee vindt en altijd maar blijft gaan. Maar ook één dat meer snoept dan goed voor haar is. één dat af en toe kan huilen als ze haar gedacht niet krijgt. Maar wel één die geen draak is. Misschien moet ik het hem es vragen. Nadat mijn snoepje op is.