Ik zou het kunnen hebben over Corona. Over de ‘rare tijden’. Over nieuwe evenwichten en aanpassen. Maar ik heb geluk. Ik vertelde het jou hier al. We hebben een net huis, dito tuin en toevallig ook mooi weer. Vanaf dag één was ik verplicht thuis te werken. Onze organisatie is er al helemaal op voorzien om telewerken mogelijk te maken. Daarnaast heb ik 2 tieners die mij dit allemaal erg gemakkelijk zouden maken. Het waren geen hongerige, schreeuwerige en aandacht-zoekende peuters meer. Dit zou een ‘walk in the park’ worden. We zouden het leuk hebben, wij 3. Gezamenlijk slapen tot ’s middags, brunchen en oja, werken. Ik zou tijd hebben om te wandelen, was uit te hangen en af en toe spelletjes te spelen. Een week ervoor had ik het er nog over met mijn hoestende collega: dat ik het niet zo erg zou vinden om een weekje thuis te moeten blijven. Slaap inhalen en netflix kijken. Je moet weten dat mijn leven pre-Corona bestond uit fulltime werken en daarnaast werken als zelfstandige in bijberoep. Ik deed het graag, maar tijd over had ik niet.

Ik zou het niet over Corona hebben. Ik wil het hebben over dat ‘walk in the park’ en stofzuigen. Naarmate onze chillax week vorderde, kreeg ik meer werk en meer vragen dan ik gedacht had. Ik werkte de klok rond en viel ’s avonds in slaap net na het journaal. Want het journaal moest ik volgen om mee te zijn. Het vroeg meer energie dan fulltime + partime werken. Tegelijk maakte ik me zorgen om al die mensen die nu niet aan het werk konden, mensen waarvoor Corona de druppel was. Ik maakte me stiekem ook zorgen omdat het ongekend was. Omdat het eerst een ‘simpel’ griepje was. Dan een ernstige griep. Grote piefen verkondigden teveel tegensprekende boodschappen.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

We hebben het weeral over Corona en dat zouden we net niet doen. Dus, ik werkte veel en lange dagen. Maar naast dankbaarheid dat ik net wél kon werken, ontstond er toch wel wat wrevel binnen ons olijke trio. Ik werkte thuis en merkte dat de snoepkast verleidelijk dicht lag. Niet alleen voor mezelf maar ook voor mijn 2 partners in crime. Naast de snoepkast, zag ik ook stof, kruimels, ongedekte en onafgeruimde tafels. Ik hing zo’n 6 uur per dag aan de telefoon en tijd voor hulp bij huiswerk was er niet. Hulp bij het huishouden trouwens ook niet. En daar werd niemand blij van. Internet én gezond verstand toverden een schema aan de kast dat meteen op heel wat verzet kon rekenen. Het was nog slechter dan een concentratie kamp, werd me verteld. Ik had mijn dagen ook wel anders voorgesteld, maar de verpleegster, dokter en technisch werklozen hadden deze maand ook anders voorgesteld, denk ik. Er werd gediscussieerd en ik had gehoopt dat mijn huisgenoten zich even zwaar zouden storen aan het opdwarrelende stof en vuile lavabo’s. Maar dat deden ze niet. Het verzadigde gevoel na een goede poetsbeurt kenden ze niet, vreemd genoeg. Stofzuigen werd in een recordtempo gedaan en de propere + vuile vaat werd in hoekjes gepropt waar ik het bestaan niet van afwist. Graag wil ik binnenkort terug zelf stofzuigen zodat het niet meer lijkt alsof er iemand het stof gewoon wat heeft rond geblazen of het onder de mat heeft geveegd. Een voordeel aan deze hele heisa: onverwacht bezoek komt er niet. Dus ik denk dat ik het ook wel eventjes onder de mat ga vegen. Tot Marc zegt dat het terug mag.

Groetjes vanuit het concentratiekamp.