Een dik jaar geleden kocht ik me een elektrische fiets om mijn sportieve voornemens in stand te kunnen houden. De route werk-thuis hield zo’n 36 km in dus dat kan tellen. Helemaal trots zag je me zoeven met mijn blauwe helm en fluo handschoenen langs de Leie. Ik hield ervan – zelfs in regen en tegenwind. Want het voordeel van zo’n elektrische fiets is, dat je het bijna niet merkt dat je fietst. Als het te lastig wordt, laat je die stukken voor rekening van de fiets. We hadden het goed samen, fiets en ik. De zoon, die een stukje dezelfde route nam, wilde me liever niet kennen: blauwhelm en fluo handschoenen. Ik kon het hem niet kwalijk nemen. Al dat gefiets resulteerde in wat luiheid ook. Omdat het fietsen toch wat zweet met zich meebracht, deed ik -naast de fluo handschoenen en blauwhelm- ook een fietsbroek en -jas aan. Want aan die snelheid een zwierig rokje aan, betekent gegarandeerd een bloot achterste met streepje oma onderbroek en dat wil niemand, toch? Bleek dat ik dan -uit luiheid vaak- de hele dag in mijn fietstenue aan ’t werk was. Ik kan heel ingenieus worden als ik online moet vergaderen in fiets-onderste en deftig-bovenste!

Zo fietsten we enkele kilometers samen tot Corona ook daar roet in het eten kwam gooien. Thuiswerken was altijd al leuk geweest maar ook hier kwam ‘teveel van ’t goede’ aan te pas. De fiets zat alleen maar wat stof te verzamelen. Triestig was het. De zon kwam en Van Ranst had ons toen gezegd dat het beter zou gaan dus we kwamen weer met zijn allen buiten. Thuiswerk werd weeral verminderd en fiets en ik vonden elkaar terug. Zo dachten ongeveer 3 miljoen andere fietsers en wandelaars er ook over. Het werd drukker op ’t jaagpad met joggers, wandelaars, honden, konijnen, poezen en andere fietsers. Zo ook die ene fietser die het leuk vond zomaar het fietspad op te rijden en mij doodleuk op de grond knalde. Jongen, jaar of 15, wellicht even geschrokken als ikzelf. Ik was van de kaart en tegen de grond – ik geef het eerlijk toe: het huilen stond me dichter dan het lachen. Ik noteerde zijn gegevens omdat mijn fiets de kwak met de grond niet zo fijn vond alsook hadden mijn handen en knieën al zachtere landingen meegemaakt. De jongen, jaar of 15, vond het op dat moment blijkbaar niet nodig zijn correcte contact gegevens door te geven. Beetje in shock hierdoor ook. De jongen vertrok naar school en ik bleef wat verdwaasd achter. Ik sprong moedig terug op mijn fiets om te merken dat de rem, het licht, mijn hand en knie er maar half-en-half bij hingen. Dit zou mij niet tegenhouden aan mijn online vergadering te beginnen die morgen. Eenmaal aangekomen op ’t werk bleek mijn hand daar toch wel anders over te denken. Mijn fijne motoriek leek op die van een 6 maand oude baby. Pincetgreep en kracht was verdwenen. Online vergadering maakte plaats voor een doktersvisite. De 6 weken erop bleek mijn fijne motoriek even gestaag te groeien als de dalende corona cijfers. Niet goed en af en toe de verkeerde richting uit dus. En af en toe lukt het me nog altijd niet met al mijn vingers. En wil ik gewoon mijn middelvinger opsteken naar de jongen, 15 jaar, die het niet nodig vond ‘echt’ te zijn. Ik was het anders wel.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen